Een borstreconstructie voor een natuurlijke borst

De borst bestaat uit huid, onderhuids vetweefsel en borstklierweefsel. Het klierweefsel en het vetweefsel hebben een gelijkaardige consistentie. Bij een borstamputatie (mastectomie) worden de huid en het volume verwijderd. Een borstreconstructie heeft dus tot doel het volume van de borst te herstellen en de huid te vervangen, teneinde een natuurlijke borst te bekomen.

Technieken voor een borstreconstructie

De technieken voor een borstreconstructie maken hetzij gebruik van implantaten, hetzij van autologe weefsels (van de patiënte). Het nadeel van het gebruik van borstimplantaten is het risico op infectie, migratie van het implantaat en lichaamseigen reacties ten opzichte van de implantaten met kapselvorming als gevolg, welke de gereconstrueerde borst vervormen. Bovendien moeten deze prothesen na verloop van tijd worden vervangen door een plastisch chirurg.

 

Contacteer ons voor meer informatie over deze behandeling

 

De Autologe borstreconstructie

De autologe borstreconstructie biedt de patiënte de mogelijkheid haar borst te laten reconstrueren met haar eigen weefsel, hetgeen resulteert in een betere reïntegratie van haar borst. Het resultaat van een dergelijke reconstructie is blijvend en vergt geen reïnterventies.

Onze techniek van autologe borstreconstructie maakt gebruik van perforante flappen, en meer specifiek van de DIEP-flap. DIEP staat voor “Deep Inferior Epigastric”, en is een flap die bevloeid wordt door de inferieure diepe epigastrische bloedvaten, welke de flap van bloed voorzien.

DIEP flap borstreconstructie

De techniek van de DIEP flap is door middel van plastische heelkunde het gebruik van de overtollige huid en vetweefsel onder de navel, waarbij bovendien de buikspieren gespaard blijven. Deze buikflap wordt ter hoogte van de borstkas ingehecht om de geamputeerde borst te reconstrueren. Het behoud van de buikspieren en hun bezenuwing voorkomt de vorming van een zwakke buikwand en reduceert de post-operatieve pijnen.

Dit in tegenstelling tot de vroegere techniek met de TRAM flap, waar ook een deel van de buikspieren mee getransfereerd werd tijdens de borstreconstructie.

De getransfereerde DIEP flap wordt ter hoogte van de borstkas terug bevloeid door de bloedvaten rondom het borstbeen (mammaria interna) na een sutuur onder microscoop. Het litteken van de donorplaats van de DIEP flap zit verborgen in de bikini en de navel wordt terug op zijn anatomische plaats ingehecht. Een bijkomend voordeel van deze techniek is de uitvoering van een abdominoplastie welke de contour van de buikwand verbetert.

Drie à zes maanden na de eerste operatie worden dan de tepel en het tepelhof gereconstrueerd, en kunnen verbeteringen worden aangebracht qua volume en vorm van de nieuwe borst.